In bovengenoemd nummer van het maandblad Ons
Amsterdam verscheen het volgende artikel van de hand van Niels Wisman:
Trotse buurten tonen eigen
geschiedenis.
Beschuit en pijpekoppen.
Het bekendste en misschien wel enige echte
buurtmuseum van Amsterdam staat in de Kinkerbuurt.
Bij Buurtmuseum Bellamy aan de Tweede Kostverlorenkade is iedereen welkom,
maar niemand schaamt zich ervoor dat het
museum er in de eerste plaats is voor de buurt zelf. Buurtbewoner
Leo Reniers geeft een enthousiaste rondleiding door een
ruimte vol informatiemateriaal, fotoalbums, en vitrines: "In deze
vitrine hebben we allerlei foto's en spulletjes bij elkaar gezet
die te maken hebben met alle bedrijven die hier ooit in de buurt hebben gestaan.
Bijvoorbeeld de Chocoladefabriek van Caspar Flick, waar de naam "Flikje"
voor chocolaatjes vandaan komt. En hier: de Brood- en Beschuitfabriek van Haust,
nog steeds bekend van de toastjes. Potscherven en pijpekoppen, blikken
trommeltjes en textielpuntkaarten uit de oorlog: er is in
het museum van alles te bekijken. De spullen zijn vaak door buurtbewoners
geschonken. De portretten van Borger, Kinker en andere schrijvers, waar de
straten in de buurt naar zijn genoemd, kijken er goedkeurend op neer.
Terwijl Leo Reniers onverstoorbaar zijn rondleiding voortzet staat opbouwwerker
Nico Kuyvenhoven twee buurtbewoonsters te woord. Ze zijn ergens heel boos over,
maar dat heeft niets met het museum te maken. Als Kuyvenhoven het
afgehandeld heeft legt hij uit hoe het buurtmuseum Bellamy is ontstaan: "Zo'n
vijf jaar geleden wilde het stadsdeel Oud-West iets gaan doen aan de samenhang
in de buurt. Toen is er ook een informatie- en vergaderruimte gekomen en daar is
toen door buurtbewoners een tentoonstelling georganiseerd over de buurt. Dat was
het begin van het buurtmuseum." Er werden historische wandelingen
door de buurt georganiseerd en de collectie van het museum groeide gestaag. De
vitrines werden geschonken of gevonden op straat en opgeknapt.
Buurtmuseum Bellamy staat in een bijzondere omgeving. Dit stukje Amsterdam is
voor een deel nog op polderniveau gebouwd. Hier en daar is duidelijk te zien dat
delen van de straat lager liggen dan de rest. In het patroon en de namen van de
straten zijn de poldersloten en de eeuwenoude paden nog terug te vinden. Is er
in de buurt ook belangstelling voor al die geschiedenis op straat en in het
museum? Kuyvenhoven: "Al het materiaal dat we krijgen komt van de bewoners.
De buurtorganisaties hebben zelf de sleutel van het pand hier, het opbouwwerk
doet het beheer." Ook allochtone buurtbewoners maken gebruik van het
museum. Leo Reniers heeft zijn bedenkingen: "Ik ga dan wel bij nieuwe
mensen langs met informatie over de buurt en een cd-rom over de geschiedenis. Je
ziet ze meestal nooir terug. Ze hebben het druk, vaak verhuizen ze ook na een
tijdje alweer.: Kuyvenhoven: "Maar bij gerichte activiteiten komen ook
nieuwe bewoners best wel opdagen, je moet iets organiseren."
