Ons Amsterdam - Februarinummer 2008.

 

In bovengenoemd nummer van het maandblad Ons Amsterdam verscheen het volgende artikel van de hand van Niels Wisman:

Trotse buurten tonen eigen geschiedenis.

Beschuit en pijpekoppen.

Het bekendste en misschien wel enige echte buurtmuseum van Amsterdam staat in de Kinkerbuurt.
Bij Buurtmuseum Bellamy aan de Tweede Kostverlorenkade  is iedereen welkom, maar niemand schaamt zich ervoor dat het
museum er  in de eerste plaats  is voor de buurt zelf. Buurtbewoner Leo Reniers geeft een enthousiaste rondleiding door een
ruimte  vol informatiemateriaal, fotoalbums, en vitrines: "In deze vitrine hebben we allerlei foto's en spulletjes bij elkaar gezet
die te maken hebben met alle bedrijven die hier ooit in de buurt hebben gestaan. Bijvoorbeeld de Chocoladefabriek van Caspar Flick, waar de naam "Flikje" voor chocolaatjes vandaan komt. En hier: de Brood- en Beschuitfabriek van Haust, nog steeds bekend van de toastjes. Potscherven en pijpekoppen, blikken trommeltjes en textielpuntkaarten uit de oorlog: er is in
het museum van alles te bekijken. De spullen zijn vaak door buurtbewoners geschonken. De portretten van Borger, Kinker en andere schrijvers, waar de straten in de buurt naar zijn genoemd, kijken er goedkeurend op neer.
Terwijl Leo Reniers onverstoorbaar zijn rondleiding voortzet staat opbouwwerker Nico Kuyvenhoven twee buurtbewoonsters te woord. Ze zijn ergens heel boos over, maar dat heeft niets met het museum te maken.  Als Kuyvenhoven het afgehandeld heeft legt hij uit hoe het buurtmuseum Bellamy is ontstaan: "Zo'n vijf jaar geleden wilde het stadsdeel Oud-West iets gaan doen aan de samenhang in de buurt. Toen is er ook een informatie- en vergaderruimte gekomen en daar is toen door buurtbewoners een tentoonstelling georganiseerd over de buurt. Dat was het begin van het buurtmuseum."  Er werden historische wandelingen door de buurt georganiseerd en de collectie van het museum groeide gestaag. De vitrines werden geschonken of gevonden op straat en opgeknapt.
Buurtmuseum Bellamy staat in een bijzondere omgeving. Dit stukje Amsterdam is voor een deel nog op polderniveau gebouwd. Hier en daar is duidelijk te zien dat delen van de straat lager liggen dan de rest. In het patroon en de namen van de straten zijn de poldersloten en de eeuwenoude paden nog terug te vinden. Is er in de buurt ook belangstelling voor al die geschiedenis op straat en in het museum? Kuyvenhoven: "Al het materiaal dat we krijgen komt van de bewoners. De buurtorganisaties hebben zelf de sleutel van het pand hier, het opbouwwerk doet het beheer." Ook allochtone buurtbewoners maken gebruik van het museum. Leo Reniers heeft zijn bedenkingen: "Ik ga dan wel bij nieuwe mensen langs met informatie over de buurt en een cd-rom over de geschiedenis. Je ziet ze meestal nooir terug. Ze hebben het druk, vaak verhuizen ze ook na een tijdje alweer.: Kuyvenhoven: "Maar bij gerichte activiteiten komen ook nieuwe bewoners best wel opdagen, je moet iets organiseren."

Home.